Concert: Borodin Quartet – Borodin, Shostakovich & Tchaikovsky
Datum: 24 maart 2015
Uitvoerende(n): Borodin Quartet
Locatie: de Doelen, Rotterdam
Waardering:

Foto: Andy Staples

Foto: Andy Staples

Het Borodin Quartet in huis halen schept verwachtingen. Het kwartet bestaat inmiddels zeventig jaar in verschillende samenstellingen en werkte indertijd nauw samen met componist Dmitri Shostakovich. Ze staan dan ook bekend om hun interpretaties van de strijkkwartetten van diezelfde componist.

Het mag geen verrassing zijn dat zowel Borodin als Shostakovich niet ontbraken op het programma deze avond, beide componisten deelden het podium met het tweede strijkkwartet van Tchaikovsky. Veel hoogromantiek dus, de lustig schuddende vibratoknuisten waren dan ook alomtegenwoordig bij alle leden van het kwartet. In een anderszins zeer beheerste interpretatie van Borodins tweede strijkkwartet schurkte het samenspel van eerste violist Ruben Aharonian met zijn drie norsig ogende collega’s bij vlagen tegen het onaangename. Van een strijkkwartet dat de composities van Borodin als tweede specialisme heeft en zelfs de naam van de componist draagt verwacht je enig vuurwerk, maar dat bleef uit.

Het achtste strijkkwartet van Shostakovich kende een even afgemeten lezing. Aangezien het een van Shostakovich’ werken is waar de rauwe emotie ongegeneerd van de pagina afdruipt is het bijna onmogelijk om niet geboeid te luisteren, maar toch beklijfde het gevoel dat het om een nogal geroutineerde uitvoering ging. Dat was bijvoorbeeld merkbaar in de danse macabre die in het Allegro molto en Allegretto de boventoon voert. Ongetwijfeld vakkundig spel, maar het ontbrak aan echte zeggingskracht.

Het tweede strijkkwartet van Tchaikovsky heeft vast zijn liefhebbers. Er zaten er nogal wat in de zaal, in ieder geval en de componist zelf was indertijd ook erg tevreden over zijn pennenvrucht. Maar zonder overspannen paukenisten of kanonnen op het podium is de overdadige prop Romantiek best een lange zit. Ook dit strijkkwartet kenmerkte zich door zekere terughoudendheid van het Borodin Quartet en daardoor een behoorlijk matige spanningsopbouw. Gezien de reactie van het publiek, dat na de laatste noot van het Allegro con moto massaal uit zijn stoel loskwam, maakte het spel van de vier mannen toch wat los. De Elegie voor strijkers van Shostakovich die men als toegift speelde was in dat opzicht toch een betere afsluiting.

Deel:Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Share on RedditDigg this

meininger-hofkapelle-1882

De negentiende eeuwse pianist, componist en dirigent Hans von Bülow stond bij leven al bekend om zijn ongezouten meningen die hij graag mocht ventileren (“Een tenor is geen man, maar een ziekte.”), een eigenschap die hem zowel befaamd als berucht maakte.

Tijdens zijn vijfjarige aanstelling (1880 – 1885) als dirigent van de Meininger Hofkapelle stond Von Bülow aan de wieg van vele innovaties op het vlak van orkestsamenstelling en dirigeertechniek – de leden van de Hofkapelle werden bijvoorbeeld geacht uit het hoofd te spelen. Dankzij Von Bülow werd een aanstelling bij het orkest van Meiningen een gewilde plaats voor musici om het vak te leren. Zijn scherpe tong en tirannieke gedrag droegen bij aan het succes van het orkest maar veroorzaakten eveneens de nodige problemen voor de sterdirigent.

Aangezien Von Bülow voorvechter was van het werk van een aantal belangrijke, contemporaine componisten (Brahms, Wagner en Tchaikovsky) en deze ook met grote regelmaat programmeerde, verliepen repetities van dergelijke nieuwerwetse composities nog wel eens stroef. Het autoritaire leiderschap van de dirigent botste op dat soort momenten met andere ego’s in het orkest, zoals de vermaarde virtuoos Franz Strauss (de vader van Richard Strauss) die de post van eerste hoornist bekleedde in de Hofkapelle.

Tijdens een ellenlange generale repetitie van een opera van Wagner klaagde Franz Strauss dat hij niet meer verder kon spelen wegens uitputting. “Ga dan maar met pensioen!”, beet Von Bülow hem daarop toe. Strauss vertrok prompt naar Intendant Karl von Perfall om “op last van Herr von Bülow” zijn pensioen op te eisen. De vermogende Strauss had het pensioengeld niet eens nodig en werd als musicus ook nog eens onvervangbaar geacht. Daarmee zorgde het staaltje blufpoker van de dirigent vooral voor de nodige administratieve en diplomatieke hoofdbrekens voor Von Perfall die vervolgens een “staakt-het-vuren” tussen Franz Strauss en Hans von Bülow moest bemiddelen.

Deel:Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Share on RedditDigg this