Concert: Sarah Kirkland Snider – Unremembered
Datum: 6 maart 2017
Uitvoerende(n): Shara Nova, Padma Newsome en DM Stith, stem; DoelenEnsemble en Codarts Ensemble, Hans Leenders; Michael Hammond, sound design; Nathaniel Bellows teksten en projectie
Locatie: de Doelen, Rotterdam
Waardering:

Foto: Willy Somma

In vele opzichten is Unremembered, een samenwerking tussen componist Sarah Kirkland Snider en dichter Nathaniel Bellows, een liedcyclus in de traditie van Franz Schubert. Weemoed, natuursymboliek en de Dood zijn belangrijke ingrediënten. Anders dan Schubert schreef Snider haar cyclus niet voor een pianist met daarnaast een keurige sopraan of bariton; Unremembered zit barstensvol samples, een ensemble dat voornamelijk uit houtblazers en strijkers bestaat en kent drie zangpartijen voor stemmen met een klassiek bereik die moeiteloos moeten kunnen schakelen naar popvocalen. Een piano is ook aanwezig, maar heeft slechts in enkele delen van Unremembered een prominente rol. Geen Schubert dus, wel wonderschoon.

Net als in haar vorige cyclus, Penelope, maakt Snider dankbaar en effectief gebruik van het karakteristieke stemgeluid van Shara Nova. De zangeres van My Brightest Diamond loodste de luisteraar afgelopen maandag in de Doelen feilloos en glashelder door het mysterieuze en soms zelfs gevaarlijke platteland van Massachusetts zoals Nathaniel Bellows het zich herinnert in het libretto. DM Stith leek wat meer moeite met zijn partijen te hebben, maar dat kan ook aan de mixage van de stemmen hebben gelegen. Het is ook nogal een opgave om boven al dat gesampelde geweld en een ensemble op volle sterkte uit te komen. In de latere delen, vanaf The Slaughterhouse, leek Stith in ieder geval opgewarmd te zijn. Padma Newsome, een eigenzinnige verschijning met ditto stemgeluid, wist zijn relatief spaarzame bijdragen zeer overtuigend neer te zetten.
Unremembered is onmiskenbaar luistermuziek en eist dan ook alle aandacht op. Soms giert het flink uit de bocht, of wordt je als luisteraar overvoerd met indrukken, maar te allen tijde is het een zinderende ervaring.

Deel:Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Share on RedditDigg this

Concert: Ensemble Klang XL – Professor Bad Trip
Datum: 24 februari 2017
Uitvoerende(n): Ensemble Klang XL, Christian Karlsen
Locatie: de Doelen, Rotterdam
Waardering:

Foto: Remke Spijkers

Wat krijg je als je een fascinatie voor het werk van de Belgische schrijver en fervent drugsrecreant Henri Michaux combineert met klanken in de traditie van Ligeti, Scelsi, Stockhausen, Boulez en psychedelische rock?
Professor Bad Trip van Fausto Romitelli is het passende antwoord op die vraag. Al vanaf de eerste aanzetten van de basklarinet is meteen duidelijk in wat voor wervelende koortsdroom je als luisteraar terecht bent gekomen. Na een aantal virtuoze explosies eindigt de eerste les in een soort onheilspellende ambient muziek, om niet veel later – in les 2 – vol in een glorieuze, overstuurde cellosolo te duiken. Constant is Romitelli op zoek naar nieuwe geluiden, zonder dat Professor Bad Trip een opsomming wordt van alle onconventionele speeltechnieken die er op een instrument mogelijk zijn. Romitelli’s huwelijk tussen rock en het puur modernistisch idioom kan zonder meer een voorbeeld genoemd worden voor veel ensemblewerk dat nu met name uit de Verenigde Staten komt. Maar in vergelijking met veel hedendaags werk is Professor Bad Trip is toch vaak een stuk gevaarlijker en onvoorspelbaarder.

Het Haags Ensemble Klang speelt Professor Bad Trip al enige tijd op festivals en in diverse concertzalen en deze keer was het de beurt aan de kleine (intieme zo u wilt) Eduard Flipsezaal van de Doelen. Voor de gelegenheid werd het ensemble aangevuld met leden van het Matangi Kwartet om zo Ensemble Klang XL te kunnen vormen. Van het voornoemde kwartet mag Arno van der Vuurst zeker niet ongenoemd blijven, die zorgde voor zeer spannende cellopartijen in het tweede deel. Het lichtontwerp van Meeus van Dis stelde wel enigszins teleur, maar eigenlijk alleen omdat dit zich pas in het onstuimige laatste deel ten volle ontvouwde. De geluidsbalans tussen beide gitaristen kon ook beter, de bas van Pete Harden kwam vaak helderder door dan de partijen van Aart Strootman. Kleine punten, want verder is Klangs Professor Bad Trip een meer dan puike productie.

Deel:Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Share on RedditDigg this

Concert: Nora Fischer & DoelenEnsemble – death speaks
Datum: 17 januari 2017
Uitvoerende(n): Nora Fischer, zang; Yannick Hiwat, viool; Wiek Hijmans, gitaar; Maarten van Veen, piano; Michael Wilmering, bariton; Hans Eijsackers, piano; Virginia del Cura Miranda, cello;
Locatie: De Doelen, Rotterdam
Waardering:

Foto: Marco Borggreve

Is het mogelijk om de zangeres te vervangen voor wie een stuk op het lijf geschreven is? Het DoelenEnsemble nam afgelopen dinsdag de proef op de som met de reprise van David Langs death speaks en koos voor een samenwerking met de sopraan Nora Fischer. In 2015 zong Shara Nova (toen nog Shara Worden) in de Jurriaanse Zaal van de Doelen Langs compositie en dat was een magische ervaring. De productie is in 2017 qua enscenering nagenoeg hetzelfde. Op het podium staan wel wat nieuwe gezichten, waaronder de uitstekende violist Yannick Hiwat en Wiek Hijmans op gitaar.

Al bij de eerste noten van you will return werd duidelijk: als de stem van Shara Nova al vervangbaar is, dan is het niet door die van Nora Fischer. Over de hele linie was haar geluid dunner in vergelijking met het bijna weelderige stemkarakter van Nova. Vervelender was dat het bijna leek alsof ze Langs bronmateriaal niet begreep. Accenten lagen vaak net verkeerd of bleven geheel achterwege en het zuchtende, smachtende personage uit Nova’s intense interpretatie was in geen velden of wegen te bekennen. Misschien lag het ook aan de gebrekkige balans van de mixage, of het feit dat ze met een flinke microfoon moest zingen. Het optreden bij Podium Witteman was niet perfect, maar alleszins better. Bij de hoge noten, bijvoorbeeld in het afsluitende I am walking, leek Fischer wat op te leven, maar het bleef verder erg vlak. Saai op momenten zelfs. Dat had ook een negatieve uitwerking op de toch wat plechtstatige choreografie en gefilmde beelden; ineens was de bijzondere productie van twee jaar geleden een lange zit.

Deel:Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Share on RedditDigg this

Concert: Aimard, Stefanovich & Stroppa – Stockhausen
Datum: 14 december 2016
Uitvoerende(n): Pierre-Laurant Aimard (piano, percussie), Tamara Stefanovich (piano, percussie); Marco Stroppa (elektronica)
Locatie: deSingel, Antwerpen
Waardering:

De generatie componisten waartoe Karlheinz Stockhausen behoord wil men nog wel eens karakteriseren als gevoelloze krentenwegers met een obsessie voor vorm en een aversie tegen het emotionele in de muziek. Die notie is misschien niet vreemd als je Stockhausen hoort spreken over zijn werk en de ordenende principes die daarbij horen. Dan ontstaat toch het beeld van de dogmatische serialist die zijn werk incidenteel doorspekt met bizarre, theatrale gebaren – zoals het verdelen van een strijkkwartet over een formatie van vier helikopters. Voor de verstokte hater van moderne muziek maakt hem dat misschien wel tot de heraut van de muzikale apocalyps, waarmee in de twintigste eeuw al het ‘mooie’ uit de muziek is geslagen.

Na het bijwonen van Mantra in deSingel moet zelfs de voornoemde hater misschien toegeven dat er meer achter het kille, wiskundige notengegoochel van Stockhausen zit – tenzij men hem het Helikopter-Streichquartett echt niet kan vergeven. Mantra, waarin de componist meer dan een uur lang (zonder pauze) een formule van 13 noten op alle mogelijke manieren uitpluist met behulp van twee piano’s, wat slagwerk en eenvoudige elektronica, is uitermate fascinerend. Het is een oefening in spaarzaamheid, iedere noot heeft zijn eigen articulatie en wordt daardoor bijna een personage in het stuk. Met het tot dertien stuks beperkte notenmateriaal gaat Stockhausen vervolgens in dertien cycli variëren, omkeren, uitrekken en vervormen. De componist beperkt zich echter niet tot alleen transformatie van de noten, maar ook van de klank zelf. Door relatief eenvoudige vervorming (ringmodulatie) klinken de piano’s soms bijna gruizig en op andere momenten bijna als klokken, maar nog altijd als een herkenbaar instrument. Het is die beheersing en toewijding aan de formule van dertien die mede voor de spanningsboog in het stuk zorgt.

Het serialisme is het duo Aimard en Stefanovich wel toevertrouwd. Zo speelden ze in 2015 als eerbetoon aan Pierre Boulez een programma van diens pianowerken, op alle vlakken ingewikkelde kost. Voor de uitvoering van Mantra werden ze bijgestaan door Marco Stroppa, die het elektronische deel van het stuk verzorgde. Samen maakten ze van Mantra een opwindende, bij vlagen theatrale ervaring. Geen klinische notenanalyse, want ieder moment lag er wel een bijzondere klank of opzwepende sequentie op de loer. Ze leverden het bewijs dat Mantra muziek is om te ervaren, een opname beluisteren doet amper recht aan de visie van Stockhausen. Mochten Aimard, Stefanovich en Stroppa uw stad bezoeken met de Formelkomposition van Karlheinz, ga er dan zeker heen.

Deel:Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Share on RedditDigg this

Concert: Richard Wagner – Der fliegende Holländer
Datum: 2 november 2016
Uitvoerende(n): Symfonisch Orkest Opera Vlaanderen, Cornelius Meister; Tatjana Gürbaca, regie; Henrik Ahr, decor; Iain Paterson, Der Holländer; Liene Kinča, Senta; Ladislav Elgr, Erik; Dmitry Ulyanov, Daland; Raehann Bryce-Davis, Mary; Adam Smith, Der Steuermann
Locatie: Vlaamse Opera, Antwerpen
Waardering:

Foto: Annemie Augustijns

Foto: Annemie Augustijns

Steenkolen, slijk en ruwe olie. Het zijn belangrijke rekwisieten in Tatjana Gürbaca’s nieuwe enscenering van Der fliegende Holländer. Haar visie op het libretto van Richard Wagner is een maatschappijkritisch destillaat, waar tomeloze hebzucht en louterende verlossing als thema’s de boventoon voeren. Geen zeebonken of een spookkapitein met een papegaai en een houten poot te bekennen. Al zou het minimalistische, gouden decor van Henrik Ahr nog kunnen doorgaan voor het dek van een olietanker, bij wijze van nautische referentie. De nadrukkelijke kritiek op de doordenderende consumptiemaatschappij is geen vreemde keuze gezien de politieke opvattingen van Wagner zelf, maar de focus op het engagement zat het verhaal over de Holländer soms in de weg. Met name de scènes waarbij het koor een belangrijke rol speelde, verzandden wat te vaak in groteske chaos. De keuze, artistiek of anderszins, om geen duidelijke tweedeling te creëren tussen het personeel van Daland en de spookbemanning van der Holländer beroofden enkele scènes ook van zeggingskracht. Zoals de liederlijke dialoog waarmee Wagner zijn laatste akte opent, een moment waarop het overduidelijke zeemansthema en bijpassende beeldspraak in het libretto weinig van doen had met wat er zich daadwerkelijk op het podium afspeelde. Het is maar de vraag of iemand zonder voorkennis van de sage van Der fliegende Holländer of het werk van Wagner er iets van zou begrijpen, anders dan de algemene strekking.

Muzikaal gezien viel er het nodige te genieten. De krachtige stem van Liene Kinča (Senta) mag niet onvermeld blijven en ook haar vader Daland, een rol van Dmitry Ulyanov, overtuigde. De klank van Iain Paterson (der Holländer) was soms wat afgemeten en nasaal, misschien passend bij zijn rol als vermoeide kapitein, maar niet altijd even aangenaam om te horen. Het orkest onder leiding van Cornelius Meister speelde een even nauwgezette als keurige lezing van Wagners compositie. “Keurig” is misschien een kwalificatie die aan de productie als geheel gegeven kan worden en het was ook de reden dat het ontbrak aan zinderende passages die een Wagneropera zo speciaal kunnen maken. De zeer bitterzoete slotscène, waar zang, decor en belichting mooi samenvloeiden, kwam in dat opzicht veruit het meest in de buurt.

Deel:Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Share on RedditDigg this

Concert: Reinbert de Leeuw – Satie
Datum: 1 oktober 2016
Uitvoerende(n): Reinbert de Leeuw, piano
Locatie: deSingel, Antwerpen
Waardering:

Foto: Jan van Breda (Etcetera Records)

Foto: Jan van Breda (Etcetera Records)

Muzikale raadsels fascineren Reinbert de Leeuw. Het is een van de redenen waarom hij Liszts Via crucis, het even verstilde als baanbrekende koorwerk uit de late periode van de Hongaarse componist, als levenslange obsessie bestempelt. De zucht naar het ondoorgrondelijke maakte De Leeuw ook tot voorvechter van het werk van bijvoorbeeld Charles Ives, Alexander Scriabin en Erik Satie in het midden van de vorige eeuw. Componisten met het hart op de tong, zoals Schnittke of Górecki, vallen nadrukkelijk buiten de boot.

Met het Nederlands Kamerkoor en het Asko|Schönberg Ensemble staat De Leeuw later dit seizoen in Rotterdam om Via crucis uit te voeren, maar in Antwerpen was het de beurt aan Erik Satie. Geen peervormige stukken of de pianobewerking van Parade op het programma echter. De Leeuws fascinatie voor het raadselachtige sluit een duidelijke muzikale agenda – zoals aanwezig bij de latere, dadaïstische Satie – nadrukkelijk uit. Vingervlugheid of hemelbestormende emoties ontbraken dan ook volledig in de selectie mystieke werken van de Parijse barpianist en tevens oprichter en enig lid van L’Église Métropolitaine d’Art de Jésus Conducteur. Het is muziek zonder noemenswaardige ontwikkeling, zonder verhaal en stuk voor stuk getoonzet in uitzonderlijk trage tempi. Toch viel er niemand in slaap, je kon alleen maar ademloos toehoren, want Reinbert de Leeuw heeft de gave om Saties spaarzame noten te vervullen van betekenis.

Gek genoeg leek de 78-jarige pianist wat geheugenproblemen te hebben bij de bekendere werken, gezien zijn incidentele aarzelingen in de Gnossiennes en de Gymnopédies. Misschien werkte het veelvuldige, natte gerochel in de zaal ook als afleiding, een vervelende stoorzender bij zo’n verstild optreden. Met name in de onbekendere stukken, Les fils des Etoiles, de Trois Sonneries de la Rose + Croix en Prélude de la Porte héroïque du Ciel, vielen alle noten op zijn plaats en kwam de zachte, ronde klank van De Leeuws pianospel perfect tot zijn recht. Groots pianospel hoeft niet te bestaan uit adembenemende capriolen en duizelingwekkende techniek, luister maar naar de Satie van Reinbert de Leeuw.

Deel:Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Share on RedditDigg this

Concert: Colin Currie Group & Synergy Vocals – Music for 18 Musicians
Datum: 26 mei 2016
Uitvoerende(n): Colin Currie Group & Synergy Vocals
Locatie: Laurenskerk, Rotterdam
Waardering:

Foto: Chris Gloag

Foto: Chris Gloag

Met Music for 18 Musicians bereikte Steve Reich in 1976 de perfecte balans tussen de strengheid van zijn eerdere Phases voor viool en piano en zijn latere, vrijere werk. Sinds de première in de jaren zeventig is het dan ook een geliefd stuk dat ook in de popmuziek zijn invloed heeft doen gelden; wijlen David Bowie beschouwde het bijvoorbeeld als een van zijn favoriete albums en Toccata op het album One-Armed Bandit van de Noorse groep Jaga Jazzist is een groot eerbetoon aan Music for 18 Musicians. De populariteit van Reichs meesterstuk was waarschijnlijk ook de reden waarom er opvallend veel (relatief) jonge gezichten in het publiek te vinden waren.

De Colin Currie Group speelde het stuk met de minimaal mogelijk bezetting, de in de titel genoemde 18 musici. Het leverde een mooi ballet op, waar percussionisten regelmatig wisselden van slagwerk of zelfs plaatsnamen aan de piano om de pianisten te versterken en vice versa. Music for 18 Musicians blijft muzikaal gezien compleet overeind als audio opname, maar als concertstuk krijgt het echt een extra dimensie door de non-verbale communicatie van de musici en de coördinatie die het stuk vergt om ritmisch strak in het gareel te blijven. Het lukte de Colin Currie Group, met hulp van de Synergy Vocals om een soepele en helder klinkende versie van het stuk neer te zetten, voor zover het mogelijk is om in Reichs muziek individuele expressie te leggen. Qua dynamiek en swing had de interpretatie meer gemeen met de originele opname van Reichs eigen ensemble op het label ECM uit 1978 en minder met het warmere, maar toch wat gladde geluid dat te horen was op de tweede opname van Steve Reich and Musicians uit 1996. De versterkte instrumenten in combinatie met de geluidsweerkaatsing van het interieur van de Laurenskerk bleken geen belemmering voor de psychoakoestische effecten van de muziek. Zelfs voor de aandachtige luisteraar was het soms amper mogelijk om te horen waar de melodielijn van het ene instrument overvloeide in die van het andere instrument, in het geval van Music for 18 Musicians is dit nu eens een positief aspect.

Deel:Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Share on RedditDigg this

Concert: Trio Mediæval & Bang on a Can All-Stars – Steel Hammer
Datum: 20 april 2016
Uitvoerende(n): Trio Mediæval & Bang on a Can All-Stars
Locatie: Laurenskerk, Rotterdam
Waardering:

julia-wolfe-steel-hammerAan erkenning voor de drie oprichters van Bang On A Can is er de laatste jaren geen gebrek. Zo was David Lang aanwezig op de rode loper tijdens de uitreikingen van de Oscar vanwege zijn nominatie voor de compositie simple song #3 uit de film Youth en wonnen Julia Wolfe en hij de Pulitzerprijs voor muziek. Helaas bracht Bang on a Can All-Stars niet het oratorium Anthracite Fields, waarvoor Julia Wolfe de Pulitzer won, maar het oudere Steel Hammer uit 2009.
Het negendelige stuk vormt een ballade over de negentiende-eeuwse volksheld John Henry uit het zuiden van de Verenigde Staten en zijn symbolische strijd tegen de stoomhamer. Wolfe legt in Steel Hammer op ingenieuze wijze de veelvormigheid van de legende rondom Henry bloot. Zo bestaat een van de delen alleen maar uit de herhaling van alle namen van de staten waarin Henry zijn beroep als steel-driver uitgeoefend zou hebben. Het vijfde deel, Characteristics, vormt een opeenvolging van de uiterlijke kenmerken van John Henry, die bijna allemaal onderling tegenstrijdig blijken te zijn. Als geheel is het een moderne interpretatie van de heldenballade en tevens een spannend stuk muziek.

De Laurenskerk leent zich uiteraard uitstekend voor het hemelse stemgeluid van Trio Mediæval, maar omdat het trio voor dit stuk werd bijgestaan door Bang on a Can All-Stars en haar imposante instrumentarium was er gekozen voor algehele geluidsversterking. Het zorgde er voor dat Trio Mediæval altijd hoorbaar was en dat de imposante geluidskluwen nog flink nagalmden in de kerk, maar de totale mix klonk soms wat schel. Alle musici leverden desondanks prestaties van hoge kwaliteit, ondanks de hoge en soms onconventionele eisen die de componiste aan hun stelde. Moderne muziek schrijft soms ongewone zaken voor die nog wel eens onbedoeld op de lachspieren willen werken. Julia Wolfe mag zich ook graag van die moderne trukendoos bedienen (gebruik van het lichaam als percussie, gefluit), maar een dergelijke ingreep staat bij haar altijd in dienst van de muziek.

Steel Hammer is een intense ervaring. Niet in de laatste plaats vanwege de fantastische geluidsexplosies die Wolfe voorschrijft, zoals in het jachtige The Race. Polly Ann, waarin de liefde van John Henry wordt beschreven, blinkt dan weer uit in breekbare schoonheid, evenals het meditatieve slot Lord Lord. Nadat de negen delen weerklonken in de Laurenskerk heeft het enigma John Henry en zijn titanenstrijd tegen de mechanisering dan ook definitief en overtuigend gestalte gekregen.

Deel:Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Share on RedditDigg this

Concert: Pavel Haas Quartet – Prokofiev, Beethoven & Shostakovich
Datum: 13 april 2016
Uitvoerende(n): Pavel Haas Quartet; Boris Giltburg, piano
Locatie: deSingel, Antwerpen
Waardering:

Foto: Marco Borggreve

Foto: Marco Borggreve

Er zijn van die avonden waar je na de eerste noot al weet dat het allemaal goed gaat komen. Het Pavel Haas Quartet overtuigde in 2013 in de Rotterdamse Doelen al met een weergaloze combinatie van Beethoven, Schnittke en Shostakovich en herhaalde dit kunststukje in Antwerpen andermaal met dezelfde combinatie van twee Russen en Ludwig.

Met het eerste strijkkwartet van Sergei Prokofiev werd de toon gezet. Violiste Veronika Jarůšková en cellist Peter Jarůšek hebben de gave om virtuositeit zo soepel te laten ogen, dat het bijna achteloosheid lijkt. Van opstartproblemen, of het ‘aanvoelen’ van de zaal was geen sprake, het Pavel Haas Quartet dook meteen in Prokofievs opwindende Allegro, om vervolgens glorieus af te sluiten met de twee Andantes. Prokofievs overtuiging dat een langzaam deel prima dienst kan doen als een afsluiter van een kwartet werd alleen maar kracht bijgezet door het begeesterde spel van alle leden van het viermanschap.

De stekelige bitterzoetheid van Prokofiev maakte daarna plaats voor elegante trillers, lange, lyrische bewegingen en fugatische elementen (want late Beethoven) van het Quartetto serioso. Een moeiteloze overgang naar het klassiekere materiaal van Beethoven en een fijne afsluiter van de eerste helft van het concert.

Voor het pianokwintet van Shostakovich werd het strijkkwartet versterkt door pianist Boris Giltburg die in 2013 de Koningin Elisabethwedstrijd won en sindsdien aan een veelbelovende carrière is begonnen. Het spel van Giltburg was passievol en een tikkeltje wild, maar overstemde het kwartet nooit. Zeker in het wervelende Scherzo werd het percussieve karakter van Shostakovich’ pianopartijen eens te meer benadrukt. De Fuga en het Intermezzo veroorzaakten kippenvel, ronduit prachtig.

Afgaand op hun bezoek aan Rotterdam in 2013 en de avond in deSingel, afgelopen woensdag, is een concert van het Pavel Haas Quartet in ieder geval iets waar in het vervolg blind kaarten voor geboekt kunnen worden, ongeacht het repertoire.

Deel:Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Share on RedditDigg this

Concert: John Luther Adams – Become Ocean
Datum: 8 april 2016
Uitvoerende(n): Codarts Symphony Orchestra, Arie van Beek, Arne Visser en Renato Dias Penêda; Dansers van Codarts Dans; Dietmar Janeck, film; Regina van Berkel, ontwerp & choreografie
Locatie: Laurenskerk, Rotterdam
Waardering:

Become OceanJohn Luther Adams draait al een tijdje mee in de muziekwereld, maar er was een tijd dat men bij het horen van zijn naam meteen verwees naar collega John Adams of de tweede president van de Verenigde Staten. De laatste jaren kan Adams echter op steeds meer waardering rekenen, mede dankzij de inspanningen van de jonge garde componisten en musici. Het winnen van de Pulitzer Prize in 2014 en een Grammy in 2015 zijn de laatste wapenfeiten die zijn status als componist versterken, niet vreemd dat de Doelen daarom werken van hem heeft opgenomen voor dit concertseizoen en het volgende.

Wederkerend thema in de composities van Adams is de natuur en dan met name die van Alaska, de plek waar hij geruime tijd woonde. Het orkestwerk Become Ocean, dat de Pulitzer won, is geen uitzondering op dat leidende element in zijn werk. Wie een soort moderne versie van Debussy’s La Mèr verwacht komt echter bedrogen uit. Become Ocean is een viering van de oerkrachten, niet van speelse wind en kabbelende golven.
De originele première van Become Ocean vond plaats in een gewone concerthal, maar de Doelen koos voor de Nederlandse uitvoering voor een bijzondere locatie, de Laurenskerk, en de toevoeging van choreografie door enkele dansers van Codarts. De akoestiek van de kerk bleek prima aan te sluiten op Adams’ langzame, tonale notenclusters. Het publiek, dat op ongewone wijze tussen de drie orkestgroepen was geplaatst, werd te allen tijde omgeven door atmosferische klanken. Become Ocean is een vrij ingetogen werk, maar kent een aantal glorieuze, bulderende crescendos die je bijna in je maag zou willen voelen. Het Codarts Symphony Orchestra, onder leiding van drie dirigenten, leek aanvankelijk even moeite te hebben met de muzikale coördinatie tussen de gescheiden instrumentgroeperingen, zoals voorgeschreven door de componist, maar maakte er uiteindelijk een mooi, vloeiend geheel van.

De dansers die als zeewezens langs het publiek bewogen vormden een stemmige aanvulling op het geheel, al was de keuze van Regina van Berkel voor juist dat concept misschien wat conventioneel. De inzet van filmbeelden, gemaakt door Dietmar Janeck, werkte door de opstelling van het filmdoek aan slechts een kant van de zaal wat minder goed. Het was wellicht mooier geweest als het publiek omgeven was door de filmbeelden, in combinatie met een gedempter lichtgebruik. Waarschijnlijk deels een financiële beperking, maar ook een gevolg van de expliciete uitnodiging aan het publiek van de organisatie om vooral op te staan en rond te lopen om zodoende de muziek en dans ten volle te ervaren. Een begrijpelijke, maar uiteindelijk jammerlijke beslissing. De kleine kluwen bezoekers die achter de dansers aan schuifelden waren nog tot daar aan toe, maar het concept van ‘vrij rondlopen’ nodigde blijkbaar ook uit tot het schieten van telefoonfoto’s zonder het uitschakelen van het sluitergeluid en het voeren van fluistergesprekken. Bij vlagen was Become Ocean daarom een wat rumoerige ervaring, het is echter de vraag of het Rotterdams Philharmonisch volgend jaar mei de sfeer weet te bereiken met hetzelfde werk in de Grote Zaal van de Doelen, in de Laurenskerk was die vrijdag hoe dan ook indrukwekkend.

Deel:Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Share on RedditDigg this